Dit verhaaltje is geschikt voor de kleuters. Je kunt er een handpop of plaat van een kikker bij gebruiken. Het is een leuk en leerzaam verhaal over het leven van de groene kikker.

Kees de Kikker 

Frog1.gif

Hoi! Ik ben Kees de kikker. Ik ben zoals je ziet een groene kikker.

Ik leef, in een groep, op het vaste land van Europa en in AziŽ.

Ik eet graag mieren, wespen, vliegen, torren, vlinders en nachtvlinders. Ik ben nu ongeveer 12 centimeter groot. Ik ben een amfibie. Weet je waarom? Ik leef in het water en op het land en ik leg mijn eitjes in het water.

In dit verhaaltje wil ik jou graag wat vertellen over mijn leven. Er is namelijk heel wat met mij gebeurd voordat ik een gewone groene kikker werd. Luister maar eens.....

Het begon allemaal in mei. Mijn vader en moeder gingen naar een vijver toe. Daar waren nog veel meer groene kikkers. Al deze kikkers kwaakten hard, misschien heb je ze wel gehoord? De mannetjes hebben speciale zakken aan de zijkant van hen bek zitten, dit zijn een soort ballonnen. Hiermee kan hij extra hard kwaken. Van mei tot en met juli bleven mijn ouders daar. Daar hebben ze gepaard. Mijn moeder heeft eitjes gelegd in het water. Toen heeft mijn vader deze eitjes bevrucht. Mijn ouders hebben samen duizenden eitjes gelegd. De eitjes hebben ze in kleine klompen aan waterplanten vastgemaakt. En toen zijn ze weg gegaan. Zo een klomp eitjes noemen we kikkerdril, want het voelt een beetje als een drilpudding.

Toen zat ik, samen met duizenden broers en zussen als eitje in het kikkerdril. Maar toen waren we nog geen kikker. Eerst gebeurde er nog een heleboel terwijl we in het eitje zaten. Het kikkerdril zit meestal aan waterplanten vast. In het begin waren mijn broers, zussen en ik nog maar een donker stipje!

Maar langzaam begonnen we te groeien en kregen we een klein staartje.We werden hele kleine visjes, met een dik kopje. Dat wordt vaak een kikkervisje of dikkopje genoemd.We begonnen ons snel uit het eitje te wurmen. Toen we eruit waren aten we het lege eitje meteen op, want dat vinden kikkers lekker.

Maar goed, toen was ik dus een kikkervisje. En ik wilde natuurlijk een kikker worden. Maar kikkervisjes hebben geen longen, zoals mensen, maar kieuwen, zoals vissen. Dus ik moest onder water blijven. Terwijl ik dus onder water bleef at ik algen. Algen zijn kleine waterplantjes.

Ik begon te veranderen. Aan de achterkant begonnen pootjes te groeien. Langzaam begon er over mijn kieuwen een huidje te groeien. Ik kreeg longen! Na een tijdje begonnen ook mijn voorpoten te groeien en mijn staartje werd steeds korter. In een paar weken tijd was ik van een klein kikkervisje tot een klein kikkertje gegroeid!

Helaas hebben veel van mijn broertjes en zusjes het niet gehaald. Van de duizenden eitjes zijn er maar een paar over gebleven. Maar dat is ook niet zo raar, want anders zouden er veel te veel kikkers komen.

Nu ben ik dus helemaal volwassen. Ieder jaar in de maanden mei, juni en juli ga ik weer naar de vijver waar ik geboren ben. Daar leg ik samen met een vrouwtje eitjes, net zoals mijn ouders hebben gedaan.

Ik hoop dat je het leuk vond om wat meer over mij en natuurlijk ook alle andere kikkers te horen. Misschien kom ik je nog eens tegen!

KWAK!!!

Terug