Handleiding bij de ontdekdoos 'Hompel en Pompel'.

Inleiding

Deze handleiding hoort bij de ontdekdoos met het thema strand. De ontdekdoos is bedoeld om kinderen zelf ontdekkend aan de slag te laten gaan.

Bij deze ontdekdoos hoort een verhaal waarin een probleem aan de kinderen wordt voorgelegd. Twee kabouters willen allebei een even groot strand hebben. De kinderen mogen dit strand gaan maken met de spullen die in de ontdekdoos zitten. Ze mogen de doos natuurlijk aanvullen met eigen materiaal, mits het ook daadwerkelijk aansluit bij het thema.
Het uitgangspunt van deze doos is dat de kinderen leren door te doen en te maken. Het leren van rekenen en wiskunde wordt bevorderd doordat de kinderen leren na te denken over de problemen die ze tegenkomen. Deze problemen moeten ze dan proberen op te lossen.

Leren is niet altijd iets wat je alleen doet, maar wat je ook samen kunt doen. Daar is deze ontdekdoos op gebaseerd. De kinderen kunnen er in een groepje mee werken.

Door het verhaal worden de kinderen uitgenodigd om met het materiaal aan de slag te gaan. De doos ziet er zelf ook al spannend uit, wat ook weer uitnodigend is

Inhoud van de ontdekdoos

De ontdekdoos bevat de volgende materialen:

      Balansweegschaal + twee bakjes

      Zand

      Water

      Schelpen

      Kiezelstenen

      Spuitfles

      Plastic fles

      Trechter

      Twee kabouters

      Duingras

      Meetlinten

      Liniaal 2x

  Zelf toevoegen:

      Twee dienbladen om het strand op te maken.

  Het verhaal.

  “ Hompel en Pompel willen een strand”

Op een mooie zomerdag zitten Hompel en Pompel in het bos onder een boom. “ Heb jij het ook zo warm?” vraagt Hompel aan Pompel. “ Ooh, ik heb het zo warm, ik zou wel een strand willen hebben, waar ik lekker op het zand kan gaan liggen en in de zee kan zwemmen.” Nou, dat leek Hompel ook wel wat.

“Maar dat strand is toch veel te ver weg. Kunnen we er niet een zelf gaan maken. Dan nemen we wat water uit de kraan en wat zand uit het bos en dan maken we allebei een eigen strand.” Dat vindt Pompel een geweldig plan. “ Dan pakken we een emmer en doen daar het water in en met de kruiwagen halen we het zand. Ze beginnen enthousiast aan het strand. Ze vullen emmers met water, halen kruiwagens vol met zand en gaan zelf of zoek naar een paar schelpen.  Ze werken er wel een halve dag aan. Aan het einde van de ochtend zijn ze klaar met het maken van het strand. Maar als ze dan naar elkaars strand kijken, wordt Hompel ineens heel boos. “ Jouw strand is veel groter dan mijn strand, dat is niet eerlijk. De stranden moeten even groot zijn.” Pompel kijkt eerst naar zijn strand en dan naar het strand van Hompel. Hompel heeft inderdaad gelijk, zijn strand is veel kleiner. Maar hoe kan dat nou, hij heeft echt geprobeerd om het strand even groot te maken. “ En op jou strand liggen ook veel meer schelpen dan op mijn strand.” Dat is ook waar, op het strand van Hompel liggen drie schelpen, terwijl Pompel er wel vijf heeft.

“ Nou, dan gaan we toch alles verdelen, dan krijgen we allebei een even groot strand. Ze verdelen eerst de schelpen. Bij Pompel gaat er een schelp af en Hompel krijgt er een schelp bij. Het water verdelen wordt al moeilijker.

Hompel krijgt een idee! “Als we al het water in een grote ton gooien en dan over de emmers verdelen krijgen we evenveel water. Dat is een goed idee, zegt Pompel. Als ze allebei nat zijn van het geklieder met het water, zit er evenveel water in de emmers. “ Nu alleen het zand nog en dan zijn we klaar.

Na weer een halve dag werken liggen Hompel en Pompel dan eindelijk op hun eigen strandjes die precies even groot zijn.

Opdracht

Het is de bedoeling dat de kinderen twee strandjes gaan maken voor Hompel en Pompel. Ze mogen gebruik maken van de materialen die in de ontdekdoos zitten. Hieronder volgen enige opdrachten die de kinderen zouden kunnen doen.

      Het wegen van het zand op de balansweegschaal. Wanneer de weegschaal gelijk is, zit er aan beide kanten evenveel zand.

      Het wegen van het water.

      Water in bekertjes doen. De bekers moeten dan evenveel zijn.

      Het tellen van de schelpen.

      Het opmeten van de schelpen. Een scheermes is veel groter dan een klein schelpje, dat zou oneerlijk zijn.

      Het tellen van de kiezelstenen.

      Het wegen van de kiezelstenen.

Je kunt ook een aantal verrijkingsopdrachten doen met de kinderen. Enkele voorbeelden zijn:

      Hoeveel water weegt net zoveel als een handje* zand.

      Hoeveel schelpen weegt net zoveel als een handje* zand

      Hoeveel kiezelstenen weegt net zoveel als een handje* zand.

      Hoeveel schelpen wegen net zoveel als hoeveel kiezelstenen.

*Je kunt hierbij ook een andere maateenheid gebruiken.

De kinderen gaan redelijk zelfstandig aan de slag met de opdrachten. Het is wel belangrijk dat je als leerkracht steun en motivatie komt geven. Door het stellen van vragen daag je de kinderen uit om over hun handelen na te denken.

  Afsluiting

De kinderen zijn klaar wanneer de twee stranden gelijk zijn opgebouwd.

Het is voor de leerlingen leuk om de stranden even te laten staan, zo kunnen ze het laten zien. Het is wel de bedoeling dat de opdracht even wordt nabesproken.  

  Terug  

Deze pagina werd mede mogelijk gemaakt door Margret.