Les over een Appel

Voorbereiding:

Voor deze les heb je een appel nodig en een mes. ook heb je het versje nodig, dit versje vind je in de kern. Tenslotte heb moet je nog wat knippen en plakken ter voorbereiding! maak van gekleurd papier een: kleine appel, huis, grote appel met daarin 5 hokjes, hokje met twee pitjes en een zon. Deze knip- en plak werkjes bevestig je allemaal op een stokje.

Inleiding:

Deze les geef je in de kring. Je snijdt de appel door de midden. Kijk nou toch eens! er zitten pitjes in de appel! begin een gesprek met de kinderen. laat de volgende punten aan bod komen: 

Kern:

je vraagt of de kinderen heel goed willen luisteren en leest het versje voor:

In iedere kleine appel, is het net als in een huis.

Want daar vind je vijf kamertjes, precies als bij ons thuis.

In ieder hokje vind je, twee pitjes zwart en klein,

Die liggen daar te dromen, van licht en zonneschijn.

Na het versje te hebben voorgelezen, vraag je wat de kinderen allemaal hebben gehoord.  Je geeft steeds een kind de beurt, die mag een ding noemen wat hij/ zij heeft gehoord. Wanneer een van de vijf dingen op stokjes wordt genoemd, mag het kind dat stokje vasthouden. Sommige dingen zullen moeilijk geraden worden, zoals; de vijf hokjes. help de kinderen in dat geval even op weg.

Afsluiting:

Je verteld de kinderen dat de kinderen met de stokjes erg goed moet opletten. Wanneer het kind met het huis in zijn hand de zinnen hoort die bij het huis horen, mag dit kind het huis omhoog steken. wanneer de zin voorbij is laat het kind het huis weer zakken.

Lees het gedichtje nog een aantal keren voor. Iedere keer nadat je het voorgelezen hebt, geven de kinderen de stokjes door. Zo zorg je ervoor dat alle kinderen een stokje hebben vastgehouden.

Terug