Eerlijk zullen we alles delen.

Mr. en mevr. Eekhoorn wonen samen in een heel groot en mooi bos hier heel ver vandaan. Ze wonen in een mooi en gezellig holletje in een dikke boom. Mevr. Eekhoorn heeft het holletje heel mooi ingericht met leuke meubeltjes en een lekker bedje waar ze precies met z'n tweeën inpassen. Ze zijn heel gelukkig samen.

Op een dag werd het herfst. De blaadjes vielen van de bomen, het begon te waaien en te regenen en het werd een stuk kouder. Gelukkig was het in het holletje van mr. en Mevr. Eekhoorn lekker warm maar vandaag moesten ze toch naar buiten want ze moesten eten gaan zoeken voor de winter. Ze stapten hun holletje uit en begonnen te zoeken naar eten. ze zochten de hele dag en keken overal. In elke boom, maar er hing nergens wat aan en in elke struik maar er hing nergens wat aan. Onder elk blaadje en onder elke steen maar nergens vonden ze iets om te eten. ‘s Avonds zaten ze dan ook droevig en zonder eten in hun holletje. Ze hadden nog wel wat te eten maar dat was misschien net genoeg voor 2 weken.

"Wat moeten we nou doen? Straks verhongeren we nog." Jammerde mevr. Eekhoorn.

Mr. Eekhoorn probeerde haar een beetje op te vrolijken maar dat lukte niet erg want hij was eigenlijk ook erg verdrietig.

"We proberen het morgen gewoon nog een keer. " Dus de volgende morgen gingen ze weer op pad. Ze zochten weer overal, maar konden weer niks vinden.

Toen kwamen ze Eelco de Egel tegen. Hij zag er ook niet echt blij uit.

"Hebben jullie misschien wat te eten gevonden?" vroeg Eelco. Maar nee, zij hadden ook nog steeds niks gevonden. Ze begrepen er niks van. Hoe kan dat nou, dat al het eten zomaar weg is. Ze besloten samen verder te gaan zoeken.

Na een tijdje kwamen ze Stijn het Stekelvarken tegen. "Hebben jullie misschien wat te eten gevonden?" vroeg hij ook met een teleurgestelde stem. Maar nee, ze hadden nog steeds niks gevonden. En Stijn besloot met hun mee te gaan zoeken. Na weer een hele lange tijd zoeken kwamen ze Sjaan de Spin tegen.

"Hebben jullie misschien wat te eten gevonden?" zei ze met tranen in haar ogen. Maar nee, ze hadden nog steeds niks gevonden. Sjaan besloot ook mee te gaan zoeken.

Toen kwamen ze na heel lang te hebben gelopen en te hebben gezocht, eindelijk aan bij het hol van de Grote Beer. Daar zagen ze dat alle andere dieren van het bos bij hem binnen zaten. Grote Beer nodigde de andere ook binnen. Iedereen zat er verslagen en teleurgesteld bij.

"Hebben jullie ook geen eten weten te vinden?" vroeg meneer eekhoorn. Iedereen schudden zielig het hoofd heen en weer. Nee, niemand had ook maar 1 nootje gevonden. Het werd een hele tijd stil in het hol. Helemaal stil. Toen opeens barst mevrouw eekhoorn in tranen uit.

"Wat moeten we nou beginnen? We hebben helemaal geen eten, straks verhongeren we nog.! Wat moeten we nou doen?" Niemand wist daar een antwoord op. En het werd weer helemaal stil. Toen opeens een heel zacht stemmetje vroeg:

"Heeft iemand van jullie misschien Paulus de Boskabouter gezien?" Het was Sjaan de spin. Niemand had hem nog gezien. "Zou hij hier misschien iets mee te maken hebben?" Hij heeft wel een heel groot gezin. Hij heeft wel 7 kinderen Bo, Bert, Bea, Billie, Barbara, Brenda en Bas de Boskabouters. Ze hebben veel eten nodig. Laten we het hem eens gaan vragen. En zo gingen alle dieren van het bos mee naar Paulus de Boskabouter.

Paulus woonden in een heel groot en mooi boomhuis aan de rand van het bos.

Ze belden aan en Paulus deed open. "Wat moeten jullie?" zei Paulus een beetje geďrriteerd.

"Wij vroegen ons af…..hmmm…..heb jij ……. misschien….. hmmmm. Ze wisten niet goed hoe ze het moesten zeggen. "Wij hebben het hele bos afgezocht naar eten maar we hebben niks kunnen vinden. Weet jij misschien hoe dat kan?" vroeg meneer eekhoorn een beetje verlegen. "Hoe mot ik dat nou weten. Ik heb zelf heel hard gewerkt om genoeg eten te vinden voor mijn hele familie. Jullie hebben gewoon niet goed gezocht. Nou ophoepelen." En hij smeet de deur dicht. De dieren keken een beetje verbaasd toe en gingen toen hulpeloos naar huis.

Dagen gingen voorbij het werd kouder en de dieren in het bos kregen steeds meer honger.

Op een avond ging Paulus de Boskabouter een rondje wandelen in het bos. Dat doet hij wel vaker. Hij liep langs het holletje van Stijn de Stekelvarken. Hij hoorde hem zeggen "Ik heb zo een honger." maar hij liep door. Hij liep langs het huisje van Eelco de Egel en hij hoorde hem zeggen: "ik heb zo een honger" maar hij trok zich er nog niks van aan. Hij liep langs het hol van de Grote Beer en hij hoorden hem zeggen "Ik heb zo een honger." toch liep hij door maar hij vond het toch een beetje zielig voor de dieren. Toen hij langs het holletje van mr. en mevr. Eekhoorn liep zag hij ze vermoeid en hongerig op de bank zitten en hij hoorde mevr. Eekhoorn huilen en ze zei: "Ik heb zo een honger. toen rende Paulus naar huis. Die avond had hij een vreselijke droom; dat alle dieren van het bos hem achterna zaten en dat ze hem niet meer leuk vonden. Hij schrok ‘s ochtends  wakker. Hij besloot meteen wat te gaan doen. Hij nodigde alle dieren van het bos uit om bij hem te komen eten. Alle dieren kwamen dan ook en het hele huis was vol. Ze aten en dronken en Paulus was hun grote redder. Tot dat mevr. Eekhoorn vroeg: "Waarom had je nou al het eten voor je zelf gehouden. We hadden allemaal hartstikke honger en we hadden zo ons best gedaan om eten te vinden. Waarom heb je dat gedaan." Toen werd het stil. "Nou, stamelde Paulus, ik wil dat mijn gezin genoeg te eten heeft en dat al mijn kinderen groot en sterk worden daarom had ik zoveel mogelijk eten ingeslagen. Maar ik heb er erg veel spijt van dat ik jullie niet wat eten heb gegeven. Maar om het een beetje goed te maken heb ik voor iedereen een grote doos vol met eten neergezet die jullie mee mogen nemen naar huis." Iedereen was tevreden en gingen met een volle maag weer naar huis. Zo kwam het toch nog allemaal goed in het mooie grote bos hier heel ver vandaan.

Tips bij het verhaal:

Dit verhaal is geschreven door Carina.

terug