Frits de held

Meneer de Vries heeft een winkel, een klein supermarktje.

Het supermarktje staat in een klein dorpje vlak bij zee.

Er wonen misschien 1000 mensen, maar meer ook niet.

Ik zal je vertellen wat er gebeurde in de winkel van meneer de Vries.

 

Het was 10 uur in de ochtend en meneer de Vries stond alleen in de winkel.

Het belletje van de winkel rinkelt en mevrouw de Groot komt binnen met haar zoontje Frits.

Goedemorgen mevrouw de Groot en Frits!

Goedemorgen meneer de Vries!, lekker weertje he?

Nou zeker, het is hier ook erg rustig, volgens mij is iedereen naar het strand!

Wij gaan straks ook naar het strand, zegt Frits, daarom gaan we nu nog wat eten en drinken halen.

Zo, dat is even boffen, ik wou dat ik naar het strand kon, maar ik moet vandaag werken.

Het belletje van de winkel gaat weer en er komt een man binnen met een pistool in zijn handen en roept: handen omhoog!

Meneer de Vries, mevrouw de Groot en Frits doen meteen wat de man zegt.

Geef me al je geld beveelt de man aan meneer de Vries.

Meneer de Vries doet wat de boef zegt, maar krijgt de kassa niet open, dat zal je altijd zien als je in nood bent.

Dan zegt Frits: Ik moet naar de wc!

De boef kijkt hem aan en Frits zegt: echt heel nodig!

De boef zegt: Nou ga maar, maar wel alleen en snel weer terugkomen!

Als Frits op de wc zit pakt hij zijn telefoontje uit zijn zak en belt de politie en zegt dat ze zo snel mogelijk moeten komen omdat er een overval in de winkel bij meneer de Vries wordt gepleegd.

Als Frits weer terug komt heeft meneer de Vries net de kassa open gekregen en stopt het geld in een tas.

Op dat moment komt de politie binnen en zegt: handen omhoog! Tegen de boef.

De boef wordt gepakt en meegenomen naar het politiebureau.

Meneer de Vries zegt: hoe weet de politie nou dat er hier een overval is gepleegd?

Frits legt uit dat hij stiekem op de wc de politie heeft gebeld en heeft gezegd dat ze snel moesten komen.

Echt waar?, zei meneer de Vries. Jij bent mijn held Frits! en meneer de Vries geeft hem een stoer schouderklopje.

 Terug