Geschreven taal
In deze les komen de kinderen in aanraking met geschreven taal. De geschreven taal wordt gecombineerd met gesproken taal. Zo kunnen kinderen lettertekens herkennen, woorden vormen uit lettertekens, gelijkheid tussen twee dezelfde kaartjes herkennen. Dit is natuurlijk afhankelijk van het niveau van de kinderen.
Voorbereiding:
Van te voren leg je de volgende dingen klaar: een brood, meel, zout, koek, taart, zak, geld, bakker en een tas. Van de taart kun je een plaatje neerleggen en voor het woord bakker kun je een plaatje van een bakker of een bakkersmuts neerleggen. Ook heb je kaartjes nodig met al deze woorden erop.
Inleiding:
Je begint met het benoemen van al de spullen die je hebt neergelegd. Je laat de kinderen dit doen.
Kern:
Nu leg je gezamenlijk met de kinderen steeds een kaartje bij het voorwerp. Lees duidelijk voor wat er op het kaartjes staat. Wanneer alle kaartjes bij de voorwerpen liggen, haal je de tweede set kaartjes te voorschijn. Geef steeds een kind de beurt om een kaartjes bij het voorwerp en het vorige kaartje te leggen.
Wanneer bij ieder voorwerp twee kaartjes liggen, vraag je of alle kinderen hun ogen willen dicht doen. Je wisselt enkele kaartje om. Welke heb ik verandert?
Hierna haal je overal een kaartje weg. Weer doen alle kinderen hun ogen dicht. Weer verwissel je enkele kaartjes. Welke heb ik verandert?
Afsluiting:
Speel nu een rondje memorie met de twee setjes kaartjes.