Gymles
Inleiding:De muizen en de bakkers. Houden bakkers van muizen? Natuurlijk niet. De helft van de kinderen is een muis en heeft een staart in de broek. De andere helft is de bakker en probeert de staart te pakken te krijgen. Wanneer de staart gepakt is wordt hij op de grond gegooid zodat de staart door de muis kan worden opgeraapt.
Kern:
Neem een trommel mee het lokaal in. Vertel dat de bakker s'ochtends heel vroeg naar zijn werk loopt en dan altijd heel zachtjes door het dorp loopt zodat de andere mensen niet wakker worden. Laat de kinderen nu op hun tenen lopen, geef dit aan op de trommel met zachte tikjes. maar soms is de bakker wel eens een beetje laat! En dan moet hij toch het laatste stukje rennen! Geef ook dit aan op de trommel. Wanneer de bakker dan bij de bakkerij aankomt moeten alle muizen heel snel weg vluchten. Die trippelen dan heel zachtjes naar hun holletjes. Geef hele kleine tikjes met je nagels op de trommel wanneer je de muizen nadoet. De kinderen proberen geluidloos te lopen. Wanneer de bakker aan het einde van de dag al zijn spullen heeft verkocht en weer naar huis mag is hij altijd vrolijk. Hij huppelt dan naar huis. Geef het huppel ritme aan op de trommel.
Dit verhaal kun je zelf nog uitbouwen, of nog een keer herhalen. Wanneer de kinderen niet stil genoeg zijn of niet goed in het ritme lopen kun je het voordoen.
Afsluiting:
Hé, wakker worden. één van de kinderen licht te slapen. Hij/zij is de bakker en de bakker is nog erg moe want hij ligt nog maar net in bed. Een ander kind komt de bakker wekken, maar die wordt er boos van. Wanneer hij wakker wordt rent hij achter het kind aan om hem te tikken. Als het kind eerder op zijn plek dan dat hij getikt wordt heeft hij gewonnen.