Gymles ‘Begrippen’.

Les thema:

Spelletjes met begrippen.

Doelen van de les:

Begrippen aanleren

Inhoud:

Inleiding:

De kinderen mogen eerst even rennen.

De kinderen gaan allemaal in een hoepel staan. Je geeft steeds opdrachten. Spring in de hoepel. Spring vanuit de hoepel naast de hoepel. Ga er met een voet in staan, doe er nog een hand bij. Hou de hoepel boven je, achter je, naast je. Ga door tot dat links en rechts duidelijk wordt.

Kern:

Er liggen matten in de zaal. Op iedere mat ligt een a4tje met een woord erop. Verdeel de groep in groepjes van +/- 5 kinderen. Ieder groepje krijgt een cijfer als naam. Roep dan af en toe een cijfer en een woord, de kinderen van die groep moeten dan naar die mat rennen waar dat woord bij ligt. Wanneer ze door hebben wat hun groepsnummer is ga je de groepsnummers sneller achter elkaar roepen.

de woorden op de a4 papiertjes kun je zelf verzinnen, wanneer de kinderen in groep 3 net hun eerste woorden leren is het leuk om die erop te zetten. Wanneer je net bezig bent met een thema kun je daar de woorden ook aan aanpassen.

 Afsluiting:

Commando Pinkelen.

Je spreekt verschillende bewegingen van de handen af met de kinderen. Bv: handen plat, bol, hol, pinkelen. De kinderen beginnen met het pinkelen. Je geeft steeds een volgende opdracht. Maar ze hoeven het alleen maar uit te voeren, wanneer je er commando voor zegt.

 

Organisatie

Het inlopen hoeft maar 5 minuten te duren. De inleiding 10 minuten, de kern 20 min en de afsluiting weer 10 minuten.

 

 

Begeleiding:

Bij het hoepel spel doe je het een keer voor, hierna moeten de kinderen het zelf gaan uitvoeren.

Je voert het tempo en de moeilijkheids graad steeds ietsje op.

Bij het matten spel deel je eerst de groepen in, je geeft de getallen, je laat de bordjes zien en legt ze dan bij de matten.

 

Wanneer het matten spel afgelopen is laat je de kinderen op hun mat zitten en geeft ze dan al meteen de instructie dat ze na het opruimen in de kring moeten gaan zitten.

 

Het commando spel doe je zittend in een kring. Spreek duidelijk en doe goed alle handbewegingen voor. Wanneer het fout gaat is dat jammer, maar het kind mag gewoon mee blijven doen.

Terug