Gymles bij het thema ‘ballonnetje in de lucht’.
Inleiding:
De kinderen mogen even vrij rondrennen, hierna roep je ze bij elkaar en laat ze in een grote kring staan. Wanneer je een keer klapt mogen de kinderen gaan wandelen. Wanneer je twee keer klapt mogen ze gaan huppelen, wanneer je drie keer klapt mogen ze gaan rennen. Wanneer dit goed gaat kun je het nog gaan uitbreiden. Wanneer je zit roept moet en de kinderen gaan zitten, wanneer je ballon roept springen de kinderen zo hoog mogelijk, alsof ze een ballon uit de lucht grijpen.
Kern:
Nu de kinderen hebben gerend kunnen ze even op adem komen aan de kant van de zaal, jij kunt nu snel de materialen voor de kern bij elkaar pakken.
Je verdeelt de zaal in 3 vakken.
Het eerste vak: in het eerste vak leg je een laken, of kleine parachute neer. Daarin leg je enkele ballonnen. De kinderen kunnen rondom gaan staan en door samen te werken de ballonnen heen en weer bewegen.
Het tweedevak: in het tweede vak leg je hoepels neer, bij iedere hoepel ligt een ballon. De kinderen gaan alleen in een hoepel staan en proberen de ballon hoog te houden. Je kunt hier ook nog tennisrackets neerleggen, zodat de kinderen hiermee hoog kunnen houden.
Het derde vak: In het derde vak liggen een aantal ballonnen, in het midden staan twee palen met een touw er tussen gespannen. De kinderen kunnen hier in tweetallen ballonnen naar elkaar over tikken.
Wanneer je alle materialen hebt klaar gelegd leg je aan de kinderen uit wat er in ieder vak gaat gebeuren. Doe alle activiteiten even voor met een aantal kinderen.
Spreek met de kinderen af dat ze in het vak blijven waar ze in horen en dat ze zich aan de opdrachten houden.
Wissel steeds na 7/ 8 minuten.
Afsluiting:
Ballonnetje leggen niemand zeggen!
Ga met de kinderen in de kring zitten. Een kind krijgt een ballon, je kunt eventueel wat rijst in de ballon doen, zodat hij wat geluid maakt. Iedereen gaat met zijn ogen dicht zitten en zingt:
Ballonnetje leggen, niemand zeggen
Heb ik de hele dag gedaan,
Twee paar schoenen heb ik afgedaan,
Een van stof en een van leer,
Hier leg ik het ballontje neer!
Het kind legt bij de laatste zin de ballon neer en alle kinderen kijken zo snel mogelijk of de ballon achter zijn of haar rug ligt. Wanneer dit zo is staat dit kind op en probeert de ballonlegger te tikken, voor deze terug op zijn/ haar plek is.