Dit verhaal is geschikt voor groep 7/8. 

Het leven van Floris

Floris is een jongen van 12 jaar. Hij werkt in de fabriek. Het is zwaar werk, hij begint heel vroeg en mag pas laat naar huis. Vaak heeft hij erge honger, maar er is meestal niet veel te eten thuis. Vader en moeder hebben namelijk 5 kinderen en kunnen het eten haast niet betalen. Floris zijn klompen zijn eigenlijk te klein, zijn broek en jas eigenlijk ook, maar hij zegt het maar niet tegen moeder, zij huilt vaak wanneer zij haar kinderen met honger naar bed moet sturen.

Ook vandaag gaat Floris weer naar de fabriek, het is druk op straat, iedereen loopt naar zijn of haar werk. Wanneer hij langs het water loopt stinkt het vreselijk. Hij ziet in het water uitwerpselen drijven, bah denkt hij. Vorig jaar dreef er in de zomer een dood schaap in het water, dat stonk toen ook al zo. Floris loopt verder, verderop haalt een vrouw een emmer water uit dezelfde gracht, Floris denkt er niet bij na……… er waren toen nog geen kranen, dat was toen de gewoonste zaak van de wereld.

Wanneer hij bijna bij de fabriek is ziet hij de eigenaar van de fabriek lopen, meneer van Brederijken. Meneer van Brederijken heeft een mooi pak aan. Zijn vrouw paradeert altijd op zondag door de stad, dan heeft zij een prachtige jurk aan. Floris moeder droomt van zo'n jurk, dat weet Floris. Meneer Brederijken is een strenge man. Hij laat zijn personeel hard werken, voor een paar cent. Niemand durft iets te zeggen, want dan ontslaat hij je, en banen zijn  schaars.

Getsie, wat vindt Floris het toch een akelige man, met die dikke buik van hem en die goed verzorgde baard. Floris loopt altijd met een grote boog om hem heen. Het verschil tussen arm en rijk is erg groot. De rijken staan boven de armen. Rijken mogen 'je' zeggen tegen armen, en armen moeten 'u' of 'mijnheer' zeggen tegen rijken. Snel glipt Floris de donkere en stoffige loods binnen en begint met het sjouwen van kisten.

"Ik ben thuis!" roept Floris."Oh jongen kom eens snel kijken wat je vader heeft!" roept zijn moeder. Floris kijkt de kamer door en ziet zijn vader zitten met een paar munten in zijn handen. Op tafel ligt een brood en een paar vissen. Floris knippert met zijn ogen. "Hoe kom je daar aan papa?"

"Vanochtend kwam er een schip aan in de haven uit Indie", zei vader. "Niemand wilde helpen met laden en lossen". "Maar er werd goed betaald, dus heb ik de klus op mij genomen!" Floris is vreselijk blij, eindelijk, eten. Ze gaan met zijn alleen eten. Na het eten gaan ze met kleren en al naar bed. Het is koud in de kamer, die voor eet en slaapkamer dient.

Floris slaapt met zijn twee broertjes in de bedstee. Zij twee zusjes slapen onder de bedstee van zijn ouders, in een soort kastje.

Midden in de nacht is vader wakker. Hij voelt een bult onder zijn arm. De bult doet pijn. "Floris jongen, ga jij even naar de chirurgijn, vraag of hij hierheen komt" zegt Floris zijn moeder.

Bij de chirurgijn is het druk. Er staat een rij voor het huis. Floris hoort dat er nog meer mensen zijn met bulten. De chirurgijn is er niet, Volgens de buren is hij vertrokken, in grote haast.

Wanneer Floris thuiskomt is zijn vader nog zieker geworden, hij krijgt overal bulten. Floris moet de volgende dag toch werken, want er moet brood op de plank komen. Hij is bang dat zijn vader het niet haalt.  Een tijd geleden was het ook al gebeurd in de stad, er werden een heleboel mensen ziek, zomaar opeens!  Er waren toen heel veel mensen gestorven. En nu had iedereen bulten, Floris huiverde bij de gedachte dat zijn vader...........

Toen Floris laat terug kwam was vader er niet meer. Moeder huilde. Floris trooste haar. Vader was net als vele andere mannen ziek geworden. Niemand wist precies wat er gebeurde, rijke mensen noemde het de pest.

Floris en zijn moeder namen die nacht de andere kinderen mee, de stad uit. Weg van de enge ziekte. Ze liepen de hele nacht. Ze kwamen aan bij tante Ella. Tante Ella woonden met twee dochters in een kleine boerderij. Deze huurde zij van een rijke boer. In ruil voor de woning werkte tante en haar dochters, ook gaven ze een groot deel van hen oogst aan de rijke boer.

"Kunnen we a.u.b bij jou blijven Ella?"vroeg moeder. Ella stemde toe. Floris kan hier op het land werken, de kleintjes kunnen kleine klusjes doen in- en rond het huis.

Floris leefde nog jaren op het land, bij zijn tante en moeder. Zijn vader vergat hij nooit, de ziekte ook niet. De helft van de stadsbevolking was overleden aan die vreselijke ziekte. Wanneer Floris en zijn familie in de stad waren gebleven, hadden zij het waarschijnlijk niet overleefd.

Dit is een zielig verhaal, het is niet echt leuk om te horen. Maar dit is wel wat er gebeurde in die tijd…….

Tips: