De kikker is een amfibie en behoort tot de
afdeling van de gewervelde.
Gewone kikkers zijn groen of bruin met vlekjes. Kikkers eten diertjes die
ze in de sloot, zoals larven, maar ook insecten, die ze vangen met hun lange
tong. Kikkers worden gegeten door onder andere de blauwe reiger. Kikkers hebben
krachtige achterpoten, waarmee ze ver kunnen springen. Alleen mannetjes hebben
kwaakblazen op de wang, waarmee ze het kwakende geluid maken. Kikkers zijn zowel
nachtdieren als dagdieren. ’s Winters houden ze een winterslaap in de modder
en ademen dan door hun huid. Padden lijken op kikker maar er zijn
verschillen: Over het algemeen hebben padden een bollere lichaamsbouw, kortere
poten en een wratterige, droge huid. Padden lopen meer, kikkers springen.
Kikkers leven meer in het water en padden meer op het land.
Als een mannetje met zijn gekwaak een
vrouwtje heeft aangetrokken, zwemmen ze een paar dagen als paar rond. Hierbij
zit het mannetje, die kleiner is als het vrouwtje, op de rug van het vrouwtje.
Hij houdt haar met zijn speciale duimen stevig vast. Het vrouwtje stoot dan haar
eitjes uit, die direct worden bevrucht door het mannetje. Het vrouwtje legt
zo’n 3000 eitjes. Het geleiachtige omhulsel zwelt op in het water. De legsels
van verschillende kikkers drijven samen tot een grote massa kikkerdril.
Het begint met een eitje, kikkerdril genaamd. Het hangt van de
temperatuur van het water af hoelang een eitje erover doet om uit te komen.
Meestal komen ze na 2 tot 3 weken uit. Uit dit eitje komt een kikkervisje met
uitwendige kieuwtjes. Het kikkervisje krijgt na ongeveer 4 weken inwendige
kieuwtjes. Hij heeft een slijmerig laagje om zich te beschermen tegen
uitdroging. Het kikkervisje krijgt vervolgens na 6 weken achterpootjes en na 9
weken zijn de voorpootjes zichtbaar. De kikkervisjes
hebben nu nog inwendige kieuwtjes. Dat wil zeggen dat ze geen zuurstof uit de
lucht nodig hebben. Ze halen zuurstof uit het water. Als het kikkervisje pootjes
krijgt, krijgt het ook longetjes en heeft het zuurstof nodig uit de lucht. Langzaam
verdwijnt ook het staartje. Na drie jaar is een wijfjeskikker volwassen en legt
ze eitjes.
Kikkers leven zowel op het land als in het
water. Er zijn kikkers die in bomen leven, maar de meeste leven in sloten,
plassen of meren, waarbij ze zo nu en dan aan land komen om bijvoorbeeld te
zonnebaden. Kikkers komen altijd terug naar de plek waar ze geboren zijn om zelf
voor nakomelingen te zorgen.
Kikkervisjes hebben een ruime, schone bak met water nodig om in te leven. De temperatuur mag niet te hoog zijn. In de bak zitten waterplanten en algen, waar de diertjes van kunnen leven. Kikkers kunnen eventueel gehouden worden in een grote glazen bak die speciaal voor amfibieën is, een terrarium genaamd. Kikkers hebben naast water ook iets nodig waar ze droog kunnen zitten. Ze verdrinken als ze alleen in het water zitten. Kikkers eten larven en andere kleine waterdiertjes. Je kunt ze beter vrij laten als ze eenmaal zijn volgroeid.