Inleiding op het thema bakker
In deze inleiding probeer je de kinderen enthousiast te maken voor het thema, zodat er ook activiteiten vanuit de kinderen zelf komen. De activiteit 'de geleide fantasie' komt uit het boek 'binnenste buiten' van het APS. De kinderen leren hier geconcentreerd te werken. Ook vraag je veel van hun fantasie. De voorkennis rond het thema wordt geprikkeld, zodat er bij de brainstorm rond het thema, veel weetjes naar voren komen.
Voorbereiding:
Verzamel zoveel mogelijk materialen omtrent het thema. Bijvoorbeeld: bij de bakker kun je vaak oude broden meenemen, die anders weg gegooid worden. Deze broden kun je nog een paar dagen gebruiken. Ook is het natuurlijk leuk als je een kassa tot je beschikking hebt. In de meeste kleuterklassen kun je een kassa vinden. Alle spullen die je hebt verzamelt stop je in een kist.
Inleiding:
Ga met de kinderen in de kring zitten. Zorg ervoor dat de kinderen de ruimte hebben, zodat ze elkaar later niet zo snel gaan afleiden. Vertel de kinderen dat ze lekker moeten gaan zitten, twee voeten op grond, handen op schoot en de ogen dicht.
Kern:
Wanneer de kinderen helemaal ontspannen zitten, begin je heel rustig het verhaal te vertellen.Je verteld het verhaal heel langzaam zodat de kinderen de handelingen dan goed kunnen uitvoeren in hun gedachte.
Het verhaal:
Ik ga jullie een verhaal vertellen. Maar het gaat iets anders dan jullie gewend zijn. Jullie moeten heel stil proberen te zijn
Ik neem jullie mee op reis. Ga lekker zitten, zet twee voeten op de grond. Leg je armen in je schoot en doe je ogen dicht. Net alsof je gaat dromen.
Stel je voor dat je op een pad in het bos loopt. Kijk eens hoe je loopt. Voel je voeten. De zon schijnt en je ruikt het bos. In de verte zie je een berg. Op die berg staat een kasteel. Je loopt er naar toe. De voordeur staat open. Ga maar naar binnen. Je komt in de hal. Kijk om je heen. Wat zie je? Je ademt eens diep, het ruikt er lekker alsof mama een taart bakt. Je ziet een deur aan het einde van de gang. Loop er maar naar toe. Je doet de deur open en kijkt in de kamer. Er is niemand, loop maar naar binnen. Binnen zie je dat de kamer helemaal vol staat met snoepjes, gebakjes, lekker broodjes, chocolaatjes en taarten. Kijk maar eens goed rond. Je pakt 1 ding dat jij het allerlekkerst vindt. Voorzichtig neem je er een hapje van. Hmmmmmmm..... Je gaat zitten en eet het op. Wanneer het op is zie je dat er in de kamer nog een deur is. Je loopt naar de deur toe en doet hem open. Achter deze deur is het drukker. Er zijn allemaal kabouters aan het werk. Ze hebben bakkersmutsen op en zijn druk aan het bakken. Één van de kabouters loopt naar je toe. Je hoeft niet bang te zijn. Hij vraagt je of het lekker was. Antwoord hem maar. Hij laat je de bakkerij zien. Loop maar met hem mee. Hierna brengt hij je terug naar de uitgang van het kasteel. Je zegt hem gedag en bedankt hem.
Langzaam loop je over het bospad terug naar het hier en nu.
Afsluiting:
Vraag de kinderen enkele dingen over het verhaal:
Van de antwoorden op de laatste vraag maak je een woordspin.
Wanneer je klaar bent met de woordspin laat je zien wat je allemaal mee hebt genomen. Je verteld de kinderen dat ze de hele week ( dit thema is in een week uitgevoerd) in de bakkerij en de bakkerswinkel gaan spelen en werken.