Kerstviering voor groep 3 t/m 8

Openbaar Onderwijs

Thema:

Dankbaarheid: dankbaar zijn voor dingen die je als gewoon beschouwt / blij

zijn met wat je hebt.

Symbool: Kerstboom .

Ritueel:

In alle klassen wordt bewust gebruik gemaakt van een boom met een kluit.

De boom in de gemeenschapsruimte (ook met kluit) wordt tijdens de viering versierd met dingen die de kinderen van thuis meegenomen hebben; iets persoonlijks of iets dat ze heel mooi vinden of iets dat ze zelf gemaakt hebben.

Aan het einde van de viering wordt de boom met de hele school in de

schooltuin geplant of ergens anders als dat mogelijk is.

De kinderen zien dan dat zo’n boom niet tijdelijk is, maar door kan groeien in

hun midden.

Verhaal:

‘De Dennenboom’ van Hans Christian Andersen.

Het gaat over een kerstboom die heel ontevreden is over zijn lengte en die

jaloers is op bomen die gekapt worden en als mast op een boot of als

kerstboom gebruikt worden. Dan wordt hij zelf gekapt en als kerstboom

gebruikt. Hij is zo verwachtingsvol over wat hij denkt dat er daarna nog gaat gebeuren dat hij niet geniet van het moment dat ze hem versieren. Als de kerstavond voorbij is, wordt de dennenboom op zolder gezet en kijkt er

niemand meer naar hem om. Totdat er een paar muizen naar hem toekomen. Die laten hem verhalen vertellen over wat hij heeft meegemaakt en daardoor beseft

hij dat hij best een mooi leven had in het bos. Later verliezen ook de muizen

hun interesse en is de boom weer helemaal alleen. Hij heeft spijt dat hij niet genoten heeft van het moment dat hij versierd was en neemt zich voor de volgende keer wel te genieten.

Als de boom weer van zolder wordt gehaald, denkt hij dat hij een nieuwe kans krijgt. In plaats daarvan maken ze brandhout van hem en bij iedere knal die het brandende hout maakt denkt de boom aan het bos, aan de sterren of aan kerstavond. Kortom alle mooie dingen die hij heeft gezien en mee gemaakt, maar nooit heeft gewaardeerd.

 

 

·        Opbouw en samenhang

 

In de loop van de week hangen de kinderen per klas de versieringen in de

boom. Deze versieringen zijn de sterren waarop de kinderen geschreven of getekend hebben waarvoor ze dankbaar zijn, deze hebben ze natuurlijk ook

naar hun zin versierd.

De kerstviering zelf begint met z’n allen in de gezamenlijke ruimte; hier wordt

het verhaal “De Dennenboom” van Hans Christian Andersen voorgelezen en/of nagespeeld.

Hierna gaan alle kinderen naar hun eigen lokaal toe, hier wordt klassikaal het

verhaal nog even nabesproken.

Voor het ten mogen de kinderen nog even kwijt waarvoor zijzelf dankbaar zijn,

dit laatste is dan net als Thanksgiving. Na dit rondje wordt er in de klas met z’n allen het kerstdiner genuttigd.

Als afsluiting gaan de kinderen klas voor klas naar buiten, hier wordt dan de kerstboom (die in de gezamenlijke ruimte heeft gestaan en inmiddels door

enkele ouders weer is afgetuigd) in de schooltuin geplant. Dit staat dan voor “leven”. Toch ook een thema wat enigszins belicht dient te worden.

Daarnaast eindigt het boompje uit het verhaal best rottig dus dit is een mooie manier om te laten zien dat het ook anders kan. Dan worden er samen een paar liedjes gezongen en gaan de kinderen weer naar binnen naar hun eigen lokaal.

Hier krijgen de kinderen hun eigen spullen en mogen naar huis na de afsluitende woorden van hun leerkracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

·        Draaiboek

 

De kerstviering zelf vindt op een avond in de laatste week voor de

Kerstvakantie plaats.

 

De sterren die in de loop van de week gemaakt worden hebben per klas een

eigen tijdsplanning, groep 8 kan nu eenmaal sneller werken dan groep 3 met

dit soort dingen.

 

De kerstviering:

 

In de gezamenlijke ruimte, waar alle kinderen en leerkrachten dan samen zijn

(hoort tenslotte ook bij kerst), wordt het verhaal “De Dennenboom”

voorgelezen en/of nagespeeld. Iedereen is nu dus ook even gezellig bij elkaar.

Als het verhaal afgelopen is gaan de kinderen met hun eigen leerkracht mee naar hun lokaal. Dit neemt totaal ongeveer een half uurtje in beslag.

Hier nemen de kinderen samen met de leerkracht nog even het verhaal door en vertellen ze voor het eten allemaal waarvoor zijzelf dankbaar zijn. Dit zal een kwartiertje duren. Daarna kan het kerstdiner beginnen: hiervoor plannen we zo’n drie kwartier in.

Als afsluiting planten we samen buiten de kerstboom in de schooltuin (*) en zingen enkele liedjes. Nog even naar binnen om spullen op te halen en een afsluitingswoordje van de leerkracht en dan naar huis naar bed…

Dit zal ook zo’n half uurtje in beslag gaan nemen.

 

(*) Zorg voor een grote bak met aarde waar de boom ook in geplant kan worden, dit in verband met weer wat niet altijd mee wil werken..

 

Bij de tijdsplanning moet gezegd worden dat hierbij rekening is gehouden met enkele vertragingen en verschil in onder- en bovenbouw.

 

Wij hebben gekozen voor deze opbouw omdat het samen zijn in de gezamenlijke ruimte met alle kinderen en leerkrachten altijd wel iets speciaals heeft, zo

beginnen we dus goed. Kerstdiner op school is altijd wel speciaal, door het

met je eigen klas te vieren versterk je de sociale binding tussen de kinderen.

Ze maken zo toch weer wat mee met z’n allen wat niet alledaags is.

We eindigen met het planten van de boom, dit is een geschikte afsluiting omdat

we weer even samen zijn en het einde van het verhaal wordt verdrongen door

het te hebben over “leven”. De boom leeft nu verder en zo worden de

kinderen de rest van het schooljaar ook nog geconfronteerd met de boom en

dus ook met het thema dankbaarheid.

Achtergronden :

Microsoft Encarta Encyclopedie

Kerstboom, een 7 tot ca. 14 jaar oude fijnspar(Picea abies) die wordt gebruikt voor kerstversiering. Het gebruik vindt zijn oorsprong in de Elzas in de 16de eeuw (voor het eerst vermeld in Straatsburg [1521]; heeft eerst rond 1835 in Nederland – via Duitse middenstanders, m.n. banketbakkers –, in 1837 in Frankrijk, en nog later in België ingang gevonden), doch is waarschijnlijk de voortzetting van een boomcultus (levensboom, meiboom, spijkerboom) die veel verder teruggaat. Ook worden wel de zilverspar(Abies alba; Duits: Tanne[nbaum], in het Nederlands verbasterd tot dennenboom) en andere naaldhoutsoorten gebruikt.

Kerstbomen worden als zodanig geteeld of als vulhoutsoort bij bosaanleg geplant, bijv. op stroken die in een later stadium de sleepwegen zullen gaan vormen. Een kerstboomcultuur moet goed met stikstof worden bemest om een donkere naald te krijgen. Ook moet een kerstboomcultuur vrij worden gehouden van onkruid, om het afsterven van de onderste takken van de boom door lichtgebrek te voorkomen. Kerstbomen worden veelal als zij drie jaar oud zijn uitgeplant; na vier tot vijf jaar moet de beplanting wijder worden gezet om sluiting te voorkomen. De te verwijderen bomen vormen dan de eerste opbrengst.

Kerstgebruiken. Gebruiken rond Kerstmis, die deels van christelijke, deels van heidense oorsprong zijn. Van christelijke oorsprong is ten eerste het opstellen van een kerstkribbe (Ital. presepio) in de kerk, later ook in het woonhuis. Dit gebruik gaat terug op Franciscus van Assisi, die de stal van Betlehem trachtte na te bootsen. In de late middeleeuwen ontstond vooral in nonnenkloosters het gebruik van kindjewiegen, waarbij men een pop, die het Christuskind voorstelde, in een wieg legde en daarbij wiegeliederen zong. Van christelijke oorsprong zijn ook de kerstspelen (sedert de 11de eeuw), waarbij scènes uit de geboorteverhalen werden opgevoerd, oorspronkelijk in of voor de kerken. Ze zijn na de Reformatie in protestantse streken verdwenen en pas in de 20ste eeuw weer opgekomen. Uit de middeleeuwen is geen enkel Nederlands kerstpel bewaard gebleven. Kerstliederen zijn van de 10de eeuw af bekend, maar kwamen vooral in de 15de en 16de eeuw in zwang, m.n. in de kringen der franciscanen. Verscheidene zijn tot op de huidige dag bekend gebleven, andere zijn uit later tijd, zoals het populaire Stille Nacht, heilige Nacht, van Josef Mohr, met muziek van Franz Gruber.

 

Ook zijn van christelijke oorsprong alle folkloristica die samenhangen met de zegen van de geboortenacht (van 24 op 25 dec.), waaraan een magische betekenis wordt toegekend: volgens het volksgeloof verandert dan te middernacht het water in beken en putten in wijn, de onderaardse klokken beginnen te luiden, de bijen zingen in hun korven, paarden en koeien spreken met elkaar in mensentaal en de schapen liggen geknield. Van allerlei planten, vooral de roos van Jericho en de vlierboom, zegt men dat ze in deze nacht bloeien. Van Romeinsheidense herkomst is alles wat berust op het geloof in het omineuze van het begin van het jaar; het Romeinse nieuwjaarsfeest is nl. in de kerstviering opgegaan. Germaansheidens van oorsprong zijn alle gebruiken de met de vegetatie- en dodencultus samenhangen, met andere woorden: die de levensvernieuwing bevorderen, zoals de omgang van gemaskerden, het lawaaimaken, het ontsteken van vuren en het branden van het kerstblok of de kerststobbe, een zwaar stuk hout, dat soms dagenlang in de open haard bleef branden, en vermoedelijk ook de kerstboom. Het eten van kerstbrood moet een heel oud gebruik zijn. De meest voorkomende vorm is die van het krentenbrood, dat onder allerlei vormen en namen (kersttimpen, kerstwiggen, kerststollen, korsseweggen, enz.) bekend is. Wellicht moet men er de voortzetting in zien van een voorchristelijk offerbrood. In de 20ste eeuw is ook de Amerikaanse kerstman in de folklore van het kerstfeest verschenen. De kerstman is ontstaan uit de Sinterklaas, die de Nederlandse kolonisten naar Amerika meebrachten, waar hij in de eerste helft van de 19de eeuw gaandeweg in de Santa Claus veranderde, zoals die tegenwoordig bekend is, en zijn activiteit eerst naar de oudejaars- en vervolgens naar de kerstavond verplaatste. Hij wordt doorgaans afgebeeld in een slee, getrokken door een span rendieren. Naast deze figuur is ook de veel oudere Europese kerstman, in Engeland als Father Christmas, in Frankrijk als Père Noël bekend, in Nederland en België geïmporteerd.

 

Kerstmis (afgeleid van ‘Christus-mis’), het feest ter herdenking van de geboorte van Jezus Christus. In de Oosterse Kerk werd dit feit oorspronkelijk herdacht op het feest van Epifanie, de verschijning van de Heer (6 jan.). In Rome is ca. 330 als datum 25 dec. gekozen, waarschijnlijk in verband met het zonnewendefeest van ‘sol invictus’ (de onoverwinnelijke zon) met de bedoeling dit te kerstenen. Van het Westen uit vond dit feest ook in het Oosten ingang. Het kerstfeest wordt voorafgegaan door de advent.

 

www.vanharte.nl/kal_kerst_achtergrond_kerstfeest.htm :

 

De Kerstboom is ook in de 21ste eeuw niet weg te denken uit de Nederlandse huiskamers. Toch is de Kerstboom lange tijd verguisd geweest als heidens symbool. De blijvend groene spar versierd met lampjes of kaarsjes, staat namelijk symbool voor de terugkeer van het licht in de lente en is een overblijfsel van de Germaanse Midwinterviering.

De boom in cijfers

In 1999 kocht 45% van de Nederlandse huishoudens (ruim 3 miljoen) een kerstboom. Er worden steeds duurdere bomen gekocht, zoals blauwsparren en de Nordmann-spar. De gemiddelde prijs van een boom met kluit was 21 gulden. De boom met kluit wint terrein. In 1999 had 64% van de verkochte bomen een kluit. Zeven procent van de verkopen betrof een kunstboom. 1,1 miljoen huishoudens had geen boom in huis. In de meeste gevallen ging het hier om eenpersoonshuishoudens. Ruim eenderde van de bomen werd bij een tuincentrum gekocht, 17% bij een handelaar op straat en 16% bij de kweker.

De geschiedenis van de Boom

Bij veel voorchristelijke volken was de spar het symbool van groei en bloei en verjager van heksen en slechte geesten. Vroeger bond men sparrenboompjes hoog in de mast van een terugkerend schip, ten teken dat men met Kerst weer thuis hoopte te zijn. In de vijfde eeuw dook de spar op als Boom des Levens in mysteriespelen in Duitse kerken. Hij was behangen met appels (de zonde) en ouwel (de redding). Later werden de appels en ouwel vervangen door koekjes in allerlei vormen. In de negende eeuw verbood Karel de Grote het opzetten van een kerstboom en in de tiende eeuw deed paus Martinus II hetzelfde in Italië. Pas in de zeventiende eeuw dook de versierde spar weer in het openbaar op. De eerste versierde kerstboom was weer te bewonderen in 1605 in Straatsburg. Pas in het begin van de negentiende eeuw zette deze traditie goed door in ons land.

Terug