Les over drijven en zinken
Voorbereiding:
verzamel van te voren: Klei, bakken met water, werkbladen voor de gehele klas, en alle spullen die op het werkblad staan in veelvoud.
Inleiding:
Je vertelt eerst wat over de begrippen drijven en zinken. Hierbij doe je een proefje voor de klas. Dit proefje gaat als volgt: Je neemt 2 even grote ballen boetseerklei. De ene bal leg je in het water (zinkt) van de andere bal maak je een platte schaal in de vorm van een boot (drijft).
Hoe komt het nu dat de een drijft en de ander zinkt?
Kern:
Nu gaan de kinderen zelf aan de slag met verschillende voorwerpen een bak water. Je legt eerst nog even uit wat de bedoeling is.
De kinderen gaan in tweetallen bij de bak met water zitten. Je hebt een aantal voorwerpen klaar gezet. Ze denken goed na of een voorwerp gaat drijven of zinken. Dit schrijven ze op het werkblad. Daarna proberen de kinderen dit uit in de bak met water. De waarnemingen schrijven ze ook weer op het werkblad.
Ze maken de opdrachten op het werkblad af. (Zie werkblad, na afsluiting).
De regels voor het werken met de waterbak:
Afsluiting:
Bespreek de gevonden resultaten met de kinderen.
Werkblad Drijven en Zinken
Naam:______________________________
De materialen liggen klaar. Kijk eerst goed wat het is. Bedenk dan of deze materialen blijven drijven of zullen zinken. Vul wat je denkt hieronder in. Zet een kruisje in de goede kolom.
|
Materialen |
Blijft drijven |
Gaat zinken |
|
Stukje hout |
||
|
Steen |
||
|
Knikkers |
||
|
Paperclip |
||
|
Spijker |
||
|
Kurk |
||
|
Elastiekje |
||
|
Knijper van hout |
||
|
Knijper van plastic |
||
|
Dennenappel |
Je hebt nu nagedacht over wat jij denkt wat blijft drijven en wat zal gaan zinken.
Nu gaan we kijken of je gelijk hebt. Doe de voorwerpen om de beurt in de bak met water en kijk goed wat er gebeurd. Vul hieronder in wat je ziet gebeuren. Zet een kruisje in de goede kolom. In de laatste kolom kun je schrijven hoe het zinkt of drijft, bijvoorbeeld dat het snel zinkt. Droog het voorwerp even af als je het uit het water haalt.
|
Materialen |
Blijft drijven |
Gaat zinken |
Opmerkingen (het zinkt langzaam of snel, het blijft eerst drijven en daarna zinkt het pas...) |
|
Stukje hout |
|||
|
Steen |
|||
|
Knikkers |
|||
|
Paperclip |
|||
|
Spijker |
|||
|
Kurk |
|||
|
Elastiekje |
|||
|
Knijper van hout |
|||
|
Knijper van plastic |
|||
|
Dennenappel |
En, had je gelijk? Kijk eerst naar de antwoorden die je zelf gegeven hebt en daarna naar wat je gezien hebt. Waren er verschillen? Welke waren dat?
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Er ligt ook nog een spons. Wat zal er gebeuren als de spons heel even in het water ligt?De spons________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Laat de spons nu langer in het water liggen. Wat gebeurt er nu?
De spons________________________________________________________________
_______________________________________________________________________
Nu pak je de glazen pot en draai je de deksel op de pot. Nu heb je een lege pot gevuld met lucht. Wat gebeurt er nu als je deze pot rechtop in het water zet?
_________________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________________
Nu draai je de deksel van de pot. Leg de pot op z’n zij in het water zodat er water in de pot kan stromen. Wat gebeurt er nu met de pot? Blijft hij drijven of zinkt hij?
__________________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________________
Deze les werd mede mogelijk gemaakt door Carina.