Onderzoeksactiviteiten
Bij dit thema zijn vele onderzoeksactiviteiten te
verzinnen. De onderstaande activiteiten kun je in en rond de school klaarzetten.
De kinderen kunnen in tweetallen, met een werkboekje, zelf de opdrachten maken.
Druk hier voor het werkboekje.
De opdrachten:
- Wat hoort hier niet? Zet buiten
een pad uit waar de kinderen langslopen. Dit hoeft maar een korte afstand te
zijn. het leukste is het als je het langs bomen en struiken doet. Langs het
pad wat je duidelijk aangeeft leg of hang je spullen op die absoluut niet in
de struiken en bomen horen. Je kunt er een paar grote opvallende dingen
ophangen of neerleggen, maar denk ook aan kleine onopvallende dingetjes,
zoals: een pleister, een knijper, een groente of fruit soort. Zulke dingen vallen
niet op. In totaal komen de kinderen 10 dingen tegen die er niet horen. De
kinderen moeten hierbij erg goed kijken.
- Bah dat stinkt! Haal bij een boer of
bij een kinderboerderij van verschillende dieren wat poep op. Denk aan
paarden, koeien en schapen poep. De drie bakken zet je neer met een deksel
erop. De kinderen ruiken en proberen te raden hoop van welk dier . Nummer de
bakken.
- De regenboog. Bij dit proefje
worden de ogen gebruikt. Eerst tekenen de kinderen de regenboog uit hun
geheugen. dan wordt met behulp van een dia projector en een prisma een
regenboog op de muur gemaakt, die tekenen de kinderen over. wat zijn de
verschillen tussen de tekeningen? zet hier een doos met kleurpotloden bij.
- Spons snuffelen. Spuit vier
verschillende sponsjes in met een geurtje, denk aan citroen, appel, kokos en
azijn. Leg de sponsjes in een bakje. De kinderen ruiken aan de sponsjes en raden wat ze ruiken.
- Shampoo maken. De kinderen gaan zelf
aan de slag. Zorg voor geur en kleurstoffen. Zorg ook voor een neutrale
shampoo die de kinderen als basis kunnen gebruiken. Voor de rest liggen er etiketten,
stiften, pipetten en kleine potjes.
- Zintuigenpad. Op een grasveld in de
buurt van de school vinden de kinderen het begint punt van het 'pad'. Dit
pad heeft een stervorm. Dit is handig van wegen de organisatie. de kinderen
hoeven zo niet achter elkaar aan en je hebt overzicht. Op iedere punt van de
ster zijn een aantal materialen klaargelegd. Daar kunnen de kinderen mee aan
de slag wanneer ze de uitleg lezen in het werkboekje.
De punten van de ster:
- Een bak met stenen van verschillend formaat,
een blinddoeken en verschillende kleine bakjes.
- Een hoepel.
- 4 bomen in de buurt, deze zijn gemarkeerd,
blinddoek.
- 5 bladeren van planten en bomen.
- kruiden planten en gedroogde kruiden of
producten die deze kruiden in zich hebben. denk aan: munt, rozemarijn,
lavendel.
- Blinddoek.
- De korreltrampoline. Op
een glazen pot span je een dun papiertje, denk aan vliegerpapier. Dit papier
span je met een elastiek over de opening van de pot. Leg op het papiertje
rijstkorrels neer. Wanneer de kinderen er tegen praten, springen de korrels
een beetje door de geluidstrillingen.
- Rug lezen. De kinderen schrijven woorden
of tekenen iets bij de ander op de rug, deze voelt en raadt.
- Voeldoos. Op tafel staan een aantal
dozen, hierin zit aan de boven kant een gat, de inhoud van de doos is niet
zichtbaar. De kinderen kunnen alleen voelen en moeten dan raden. Denk bij
het vullen van de dozen aan: schapenwol, erwten, stro etc.
- Moeder schaap. Knutsel een moeder
schaap en drie kleine schaapjes. Plak op de ruggetjes wat echte wol. Spuit
een lam en de moeder met hetzelfde luchtje in. De andere lammetjes krijgen
een ander luchtje. De kinderen gaan voor moeder schaap het kind weer zoeken.
Ter controle plak je bij het enen lam een plakkertje onder de buik.
- Etenswaren ruiken en proeven. Op tafel
liggen: kokosnoot en stukjes kokosbrood, een meloen en stukjes meloen, een aardbei
en stukje aardbei, een tros druiven en een bakje rozijnen. De hele vruchten
liggen erbij , omdat sommige kinderen het anders niet herkennen. Ook ligt er
een blinddoek en er zijn enkele lepels te vinden. het ene kind voert het geblinddoekte
kind, eerst mag het kind ruiken en dan proeven. Hierna mag het kind raden.
terug