Spelactiviteiten:
Als je ziek bent, bijvoorbeeld verkouden, dan heb je een
zakdoek nodig. Hieronder allemaal spelletjes waarbij de zakdoek gebruikt wordt.
- Zakdoekje leggen:
De kinderen staan in een kring. Eén kind loopt buiten om de kring. Dit kind
heeft een zakdoek in de hand. Bij: 'Hier leg ik mijn zakdoekje neer', legt
het kind de zakdoek achter één van de kinderen van de kring. Het kind,
waarachter de zakdoek is gelegd, pakt de zakdoek op en probeert het kind,
dat de zakdoek er neergelegd heeft, te pakken vóór dit kind staat op de
plaats van het kind waarachter het de zakdoek heeft neergelegd.
- Blindemannetje: Eén kind krijgt een zakdoek om
en probeert andere kinderen te pakken. Let op de veiligheid !
- Tik, tik wie ben ik?:
Eén kind krijgt een zakdoek om en gaat met de rug naar de klas zitten. Eén
kind wordt aangewezen die naar voren mag komen om op de rug te tikken en te
zeggen ; "tik, tik, wie ben ik?" De leerling met de zakdoek moet
raden wie er op zijn/haar rug heeft getikt.
- Met hoeveel zijn we?: Eén kind krijgt een
zakdoek om en gaat met de rug naar de klas zitten. Er worden een aantal
leerlingen aangewezen die achter het kind mag zitten. De leerling met de
zakdoek moet raden hoeveel kinderen achter zijn rug zitten.
- Zakdoektikkertje: Alle kinderen in de klas zijn
toch zo verkouden! Iedereen krijgt een (zak)doek en doet hem in de broek,
maar zo dat een zeer groot gedeelte eruit hangt (Het beste kunt u dit even
voordoen). De tikker probeert de zakdoeken te pakken. Wie zijn zakdoek kwijt
is gaat aan de kant zitten. Variatie; Er is geen tikker, elk kind probeert
zoveel mogelijk zakdoeken te pakken. Wie heeft de
meeste?
Terug