Spelactiviteiten
- Hoeveel kinderen zitten er achter je?
Met dit spelletje moeten de kinderen hen oren gebruiken. De groep zit in de
kring en een kind zit in het midden, met de ogen gesloten. Je wijst steeds
een kind aan en die mag er achter gaan zitten. wanneer er een aantal
kinderen achter het kind in het midden zit, mag het kind raden.
- Gezicht voelen. De groep zit in de
kring en een kind zit in het midden, met de ogen gesloten. Je wijst een kind
aan die voor het kind mag gaan zitten. Het kind wat de ogen gesloten heeft
mag nu aan het gezicht voelen. Op die manier mag het kind erachter komen wie
er voor haar/ hem zit.
- Tik Tik Tik wie ben ik? De groep zit in
de kring en een kind zit in het midden, met de ogen gesloten. Je wijst een
kind aan die achter het kind gaat staan. Het kind vraagt: Tik, tik tik, Wie
ben ik? Wanneer het kind het weet noemt het de naam. de kinderen tikken de
rug aan van het kind wat midden in de kring zit, bij de woorden tik tik tik.
Wanneer het te makkelijk is kun je de kinderen de opdracht geven om met een
rare stem de woorden uit te spreken.
- Blind zijn. Alle kinderen zijn geblinddoekt.
Ze staan verdeelt in de gymzaal. in de gymzaal staan obstakels, zoals;
kasten, banken, matten die recht op staan etc. De kinderen moeten rond gaan
lopen in de zaal. Dit doen zij heel rustig, want anders krijg je botsingen.
De kinderen moeten naar het geluid wat jij maakt toe lopen, hierbij moeten
ze opletten of ze nergens tegen aan lopen. ze moeten stil zijn om het geluid
te horen. het geluid maak je met een trommel. Soms sla je hard, soms sla je
zachtjes. Soms ben je een tijdje stil en sluip je snel naar een andere hoek
toe.
- Wat voel ik? Verzamel een aantal
verschillende spulletjes en stop deze in een zak. deze voelzak gaat rond in
de kring. Wanneer je stop roept mag dit kind, zonder te kijken, in de zak
voelen. Het kind zoekt een voorwerp uit. Dit gaat zij/ hij omschrijven aan
de rest van de groep, Wanneer iemand denkt het te weten, steekt die zijn
vinger op.
Wanneer het goed is mag dit kind voelen.
- Welk instrument? Leg een aantal
instrumenten neer in de kring. De kinderen doen hun ogen dicht. Je speelt
een bepaalde melodie met een instrument. De kinderen mogen daarna de ogen
weer open doen. Je kiest een kind uit, die loopt naar de instrumenten toe en
pakt het instrument wat hij/ zij denkt te hebben gehoord. Dan speelt het
kind dezelfde melodie na. De klas beoordeeld of het goed is of niet. je kunt
het moeilijker maken wanneer je twee instrumenten gebruikt.
terug