Tekenles over zelfportret

Inleiding:

Begin met op het bord uit te leggen hoe je het beste een hoofd kan tekenen. Teken op het bord een leeg hoofd, een ei vorm. Teken hierin de richtlijnen. De richtlijnen: teken midden in het hoofd een kruis: Een lijn rechtdoor het midden, van boven naar beneden en een lijn ter hoogte van de ogen, iets boven het midden. Teken deze lijnen als dunne stippellijntjes. Vertel dat de ogen op de dwarse lijn komen, teken hierna heel dun de vorm van twee ogen op de lijn. De oren zitten ter hoogte van de ogen. Teken de oren er ook bij. Bij de ogen start de aanloop naar de neus. de neus is moeilijk. Teken eerst heel dun de zijkanten van een neus, teken hierna met twee kleine boogje twee neusgaten. Onder de neus begint een dun gootje naar de mond/ lippen. Hieraan vast volgen de lippen. teken de mond. Hieraan vast volgt de kin. Probeer ook een beetje de wangen aan te geven. Doe dit allemaal voor op het bord. wijs steeds aan bij jezelf hoe de gezichtsvorm loopt. laat de kinderen ook bij henzelf voelen. Oefen een paar keer op het bord voordat de kinderen erbij zijn. Lukt het nou niet op het bord? Dan kun je ook alles stapje apart op een a4 tekenen. Dan laat je tijdens je uitleg steeds het bijbehorende plaatje zien. Het is wel belangrijk dat je het visueel maakt.

Kern:

Laat ieder kind van te voren een spiegel meenemen. de kinderen tekenen zichzelf op een a4 papiertje. Ze kunnen kijken in het spiegeltje. Ze gebruiken alleen potlood, grijs en kleur.

Afsluiting:

Alle portretten worden verzamelt. Maak hier een groot boek van. Laat een kind een voorkant maken voor het boek. Dit gezichtenboek kan hierna door de hele klas bekeken worden.