Versje bij het thema: ‘ballonnetje in de lucht’.
Ga met de kinderen in de kring zitten. Een kind mag in de kring gaan staan met een grote rode ballon in zijn/ haar handen. Het kind mag de ballon zo hoog mogelijk boven zijn/ haar hoofd vast houden en net doen alsof de ballon vliegt. Dan zeg je het versje op. Bij de stipje vul je de naam in van het kind dat in de kring loopt. Laat zo wat kinderen aan de beurt komen. Herhaal het versje ‘s middags nog eens en laat dan andere kinderen aan de beurt komen.
De Ballon
Heel
hoog in de lucht,
Zweeft
een grote ballon.
Hij
is rood en rond.
Soms
blaast de wind heel hard.
Soms
maakt de regen hem nat.
Maar
toch blijft de ballon zweven,
Eronder
hangt een touwtje met daaraan,
Een
kaartje waarop staat geschreven:
……………………………………
Wat is dat een mooie naam!