1. Wit licht is opgebouwd uit:
  1. Groen, rood, blauw
  2. Alle kleuren
  3. Rood, blauw, geel
2. Als ik naar een blauwe bal kijk zie ik de kleur blauw, doordat:
  1. De blauwe bal de kleur blauw vasthoudt
  2. De blauwe bal alle kleuren vasthoudt behalve de kleur blauw
  3. De blauwe bal de kleuren groen en rood af stoot.

3. Als ik een zaklamp met een rood filter een zaklamp met een groen filter en een zaklamp met een blauw filter schijn op de tafel dan zie je in het midden de kleur:

  1. Wit
  2. Zwart
  3. Roze
4. De vorm van een prisma is:
  1. Een glazen vierkant
  2. Een glazen bol
  3. Een galzen driehoek
5. Met behulp van de primaire kleuren rood, groen en blauw kan ik maken:
  1. Zwart
  2. Wit
  3. Alle kleuren
6. De zonsondergang is rood omdat:
  1. De zon verkleurt
  2. De zonnestralen een langere weg moeten afleggen
  3. De maan opkomt
7. Als je met je neus tegen de televisie aan staat dan zie je de kleuren:
  1. Rood, geel, blauw
  2. Rood, wit, blauw
  3. Rood, groen, blauw
8. Als je alle filter van de primaire kleuren tegelijk tegen 1 zaklamp houdt dan zie je de kleuren:
  1. Zwart
  2. Wit
  3. Blauw
9. ‘S nachts zie je minder goed kleuren omdat:
  1. er te weinig licht is
  2. alles zwart wordt
  3. de maan zwart licht af geeft
10. Deze proefjes vond ik:
  1. interessant
  2. leerzaam
  3. saai

Terug